Marble Surface
Geschiedenis

De Broholmer is een Deens, exclusief ras. De voorouders van de Broholmer zijn Mastiffachtige die terecht kwamen in Denenmarken in de middeleeuwen als geschenk van Engeland aan het Deense hof. Deze honden werden daarna gekruist met plaatselijke honden. De honden werden vroeger gebruikt voor het opdrijven en bewaken van het vee.

Aan het eind van de 19de eeuw was dit ras bijna uitgestorven. In 1974 begon de Deense Kennel Club met een doelgericht fokbeleid. De rasbeschrijving van 1886 diende als basis. De Broholmer werd in 1982 opnieuw herkend door de FCI. 

Karakter

De Broholmer is een ras wat nog niet zo bekend is. Ze zijn erg gehecht aan de baas en het gezin. Omdat de Broholmer een intelligente hond is zal hij snel leren. De Broholmer is gevoelig van aard, hierdoor heeft de hond een consequente opvoeding nodig, maar met de zachte hand. 

Naar vreemden toe kan een Broholmer gereserveerd reageren. 

Dit ras heeft behoefte aan gezelschap, ze zijn dan ook gelukkig in de nabijheid van de familie. 

Om deze reden is het geen hond om in een kennel buiten te zetten of om de hond buiten te laten leven. 

Gezondheid

De Broholmer is over het algemeen een gezond ras waarbij niet veel erfelijke ziektes voorkomen. Echter worden alle fokhonden op elleboogdysplasie (ED) en heupdysplasie (HD) getest. De meeste fokkers laten ook een hartscan maken, dit is om na te gaan of ze hartafwijkingen hebben zoals aorta-stenose en DCM.

Op oudere leeftijd komt het regelmatig voor dat de Broholmer vetbulten krijgt, dit is niet gevaarlijk. Dit kan men laten weg halen. 

Om te mogen fokken met een Broholmer via de vereniging (Broholmer Deutschland e.v & Broholmerselskabet DK) moet men een mentaal- en exterieur beschrijving afleggen. 

Uiterlijk

De reuen zijn ongeveer 75cm hoog, teven daarentegen zijn 70cm. De reuen wegen rond de 50-70kg, teven rond de 40-60 kg. 

De Broholmer komen voor in de kleuren: rood, geel, geel met masker en zwart. Ze mogen witte vlekken hebben op de borst, poten en op het einde van de staart.